Kunststof, hout of zink: wat houdt het buiten vol?

Kunststof: het werkpaard
Verreweg de meeste regentonnen zijn van polyethyleen. Ze zijn licht, betaalbaar, vriezen niet snel kapot omdat het materiaal iets meegeeft, en ze roesten niet. De levensduur wordt bepaald door uv-licht: goedkope tonnen worden na een paar zomers dof en broos, betere hebben een uv-stabilisator in het materiaal.
Donkere kleuren doen het hier beter dan lichte, om een tweede reden: licht dat door de wand komt, laat algen groeien. Een groene of antracietkleurige ton houdt het water helderder dan een lichtgrijze.
Het nadeel is uiterlijk. Een kunststof ton oogt als wat hij is, en dat is in een zichttuin soms bezwaarlijk. Er zijn modellen met een houtnerf- of terracottastructuur die dat aardig verhullen.
Hout: mooi, en meer werk
Een houten regenton — meestal een half wijnvat of eikenhouten duigenton — is het mooiste wat er staat, en het lastigst in onderhoud. Hout werkt: droogt het uit, dan krimpen de duigen en gaat de ton lekken. De oplossing is contra-intuïtief maar bekend uit de kuiperij: houd hem gevuld. Een houten ton die nooit helemaal leeg staat, blijft dicht.
De meeste houten tonnen hebben tegenwoordig een kunststof binnenbak. Dat lost het lekprobleem op en maakt het in feite een kunststof ton met een houten jas — prima keuze, maar weet wat u koopt.
Onbehandeld eiken vergrijst en gaat jaren mee. Wat u vermijdt is een houten ton met de onderkant direct in de aarde; laat hem op poten of tegels staan zodat er lucht bij kan.
Zink en metaal
Verzinkt staal past bij oudere huizen en gaat lang mee, mits de zinklaag heel blijft. Waar hij beschadigd raakt, begint roest en dat kruipt onder de laag verder. Zink geeft daarnaast iets af aan het water; voor de siertuin is dat geen probleem, voor een moestuin kiest u liever iets anders.
Rvs is de duurzaamste optie en de duurste. Die zie je vooral bij smalle designmodellen tegen een gevel.
Waar u op let bij de aanschaf
Ongeacht het materiaal maken dezelfde vier details het verschil tussen tien jaar plezier en twee jaar ergernis. Kijk of het deksel écht sluit en niet alleen los oplegt, want een open ton is een muggenkwekerij. Kijk of de kraan van messing of goed kunststof is, en niet van dun spuitgietwerk dat na een winter scheurt. Kijk of er een overloopaansluiting zit of dat u die zelf moet boren. En kijk of de ton vlak op de bodem staat of op een smalle rand, want dat laatste zakt weg in het gras.
Een ton met een geïntegreerde plantenbak bovenop is aardig bedacht, maar in de praktijk lastig: het deksel gaat er dan zelden meer af voor de jaarlijkse schoonmaak.

