Hoeveel liter heeft u nodig? De rekensom in twee stappen

Wat er binnenkomt
De aanvoer is eenvoudig te berekenen en verrast de meeste mensen. Vermenigvuldig het horizontale dakoppervlak in vierkante meters met de hoeveelheid neerslag in millimeters; de uitkomst is het aantal liters. Een schuurdak van vijf bij vier meter is twintig vierkante meter, en bij een bui van tien millimeter levert dat tweehonderd liter op.
Let op het woord horizontaal: bij een schuin dak rekent u met de oppervlakte gezien van bovenaf, niet met de lengte van de dakpannen. Meet dus de buitenmaat van het gebouw en deel door twee als er twee dakvlakken zijn die elk hun eigen regenpijp hebben.
In Nederland valt gemiddeld rond de 850 millimeter per jaar, redelijk gelijkmatig verdeeld. Een dakvlak van twintig vierkante meter vangt op jaarbasis dus zo'n zeventienduizend liter. U hoeft daar maar een fractie van te bewaren, en dat maakt de tweede rekensom belangrijker dan de eerste.
Wat eruit gaat
De maat van uw ton wordt niet bepaald door wat er valt, maar door hoe lang u droog wilt overbruggen. Een gemiddelde border van tien vierkante meter vraagt in een droge zomerweek ongeveer honderd tot honderdvijftig liter. Potten en hanging baskets verbruiken naar verhouding veel meer: tien flinke potten drinken samen makkelijk vijftig liter per week.
Tel uw wekelijkse verbruik op en vermenigvuldig met twee. Dat is de vuistregel voor een ton die een normale droge periode overbrugt zonder dat u de kraan hoeft te gebruiken. Voor een gemiddelde stadstuin komt u dan uit rond de tweehonderd liter, voor een tuin met veel potten of een moestuin eerder op vierhonderd tot vijfhonderd.
Waarom groter meestal beter uitpakt
Een ton van tweehonderd liter is bij een flinke bui binnen een kwartier vol; de rest van het water gaat via de overloop alsnog het riool in. Wie de opvang verdubbelt, verdubbelt daarmee niet het aantal keer dat de ton vol is, maar wel het aantal dagen dat u erop kunt teren.
De praktijk laat zien dat bijna niemand spijt heeft van een grotere ton, en veel mensen na één zomer bijkopen. Twee tonnen van tweehonderd liter naast elkaar, onderling doorverbonden, is vaak goedkoper en makkelijker te plaatsen dan één van vierhonderd.
Denk aan het gewicht
Water weegt een kilo per liter. Een volle ton van driehonderd liter staat dus met ruim driehonderd kilo op een oppervlak van nog geen halve vierkante meter. Op losse tegels of een zandbed zakt dat scheef weg, en een scheve ton loopt aan één kant over.
Reken daarom vooraf uit wat er straks staat, en zorg voor een stabiele, vlakke ondergrond. Op een houten vlonder of een balkon is het gewicht een serieus punt: informeer wat de constructie draagt voordat u een grote ton bestelt.

