Regenwater in de tuin: waar het beter is dan kraanwater, en waar niet

Waarom planten er beter op groeien
Regenwater is zacht: er zit vrijwel geen kalk in en de zuurgraad ligt lager dan die van leidingwater. Voor de meeste tuinplanten maakt dat weinig uit, maar voor zuurminnende soorten is het verschil groot. Hortensia's, rododendrons, azalea's, camelia's en blauwe bosbessen doen het merkbaar beter op regenwater.
Bij kamerplanten en potten is er nog een reden: kalk uit leidingwater hoopt zich op in de potgrond en laat een witte rand achter op de pot en op de grond. Regenwater voorkomt die opbouw.
Een derde punt is temperatuur. Water uit de ton heeft ongeveer de temperatuur van de tuin; leidingwater komt er tien graden kouder uit. Planten reageren op dat verschil, vooral in de zomer bij jonge zaailingen.
Moestuin: let op de dakbedekking
Voor eetbare gewassen is regenwater in principe prima, met één belangrijke voorwaarde: het hangt af van waar het overheen is gelopen. Water van een zinken dak of van een dak met koperen delen bevat metaalionen; die hopen zich op in de bodem. Bij een dak met asbesthoudende golfplaten of met een bitumenlaag die afbrokkelt, geldt hetzelfde bezwaar.
Het gangbare advies is daarom: gebruik regenwater op eetbare gewassen alleen als het van pannen, keramische dakbedekking of een schone kunststofgoot komt. Giet bij bladgroenten aan de voet van de plant in plaats van over het blad, en spoel geoogste groente af met leidingwater.
Is uw enige dak van zink, gebruik het water dan voor de siertuin en het gazon, en de moestuin met leidingwater.
Waar u het niet voor gebruikt
Niet als drinkwater, voor uzelf noch voor huisdieren. In een ton staat stilstaand water met organisch materiaal; daar groeien bacteriën in die u niet wilt binnenkrijgen.
Niet zomaar in een vijver met vissen. Regenwater is zacht en zuur, en een grote scheut ineens kan de zuurgraad in de vijver laten schommelen. Kleine hoeveelheden bijvullen is geen probleem, een halve ton in één keer wel.
En niet in een hogedrukreiniger of een stoomapparaat zonder filter. Het fijne slib uit de ton verstopt de pomp.
Praktisch tappen
Een gieter vullen gaat het snelst met een ton die dertig tot veertig centimeter verhoogd staat. Wilt u een slang gebruiken, dan is de druk uit zwaartekracht meestal te laag voor een sproeier; daar helpt een klein dompelpompje, dat u aan een verlengsnoer in de ton hangt.
Zo'n pompje kost weinig en maakt het verschil tussen sjouwen en sproeien. Let er wel op dat u hem niet op de bodem laat rusten — hang hem tien centimeter boven het slib, anders zuigt hij zich vol.
Gebruik het water het liefst 's ochtends vroeg of tegen de avond. Dan verdampt er minder en krijgen de bladeren niet de combinatie van waterdruppels en volle zon.

