De overloop: waar gaat het teveel naartoe?

Waarom dit het meest overgeslagen onderdeel is
Een regenton is een paar keer per jaar vol, en in een natte winter wekenlang. Zonder doordachte overloop komt dat water er ergens uit: langs het deksel, over de rand, of via een gaatje dat u zelf hebt geboord. Dat is precies naast de gevel, en daar wilt u het niet hebben.
Een vulautomaat lost dit al grotendeels op, want die stuurt het teveel terug de regenpijp in. Wie geen vulautomaat gebruikt maar de pijp rechtstreeks in de ton laat lopen, moet zelf voor een afvoer zorgen — en dat is dan geen luxe maar noodzaak.
Drie manieren om het weg te zetten
De eenvoudigste is terug naar de regenpijp: een korte slang van de overloopaansluiting van de ton naar het onderste stuk pijp of naar het straatkolkje. Netjes, onzichtbaar, en het water gaat waar het altijd al heen ging.
De tweede is doorverbinden naar een tweede ton. Dat vergroot de opvang en pas als de laatste ton vol is, moet het echt weg.
De derde is infiltreren in de tuin: een slang naar een grindkoffer of een lager gelegen border, minstens twee meter van de gevel vandaan. Dat is de mooiste oplossing, want het water blijft op eigen terrein en voedt het grondwater. Voorwaarde is wel dat de grond het aankan — op zware klei loopt het niet weg en krijgt u een moeras.
Waar u het niet heen leidt
Niet naar de kruipruimte of tegen de fundering: vocht dat daar jarenlang binnendringt, geeft schimmel en optrekkend vocht. Niet over de erfgrens naar de buren, want dat is wettelijk uw probleem en burenrechtelijk een gedoe. En niet in een gesloten put zonder overloop, want die staat na twee buien vol.
Let ook op de winter: een overloopslang die op afschot ligt, loopt leeg en vriest niet. Een slang met een lus houdt water vast, bevriest en zet daarmee de hele overloop dicht — precies in het seizoen dat er het meeste water komt.
Eén keer per jaar nalopen
Kijk één keer per jaar of de overloop nog vrij is, het liefst in oktober voordat het blad valt. Dat is een kwestie van een emmer water in de ton gieten tot hij overloopt en kijken waar het uitkomt.
Twee dingen vindt u daarbij: een verstopte overloopaansluiting, meestal door slib dat vanuit het dak is meegekomen, en een slang die in de loop van het jaar is verschoven. Beide zijn in vijf minuten verholpen zolang het droog is, en beide zijn een vervelende klus als u ze in januari ontdekt met een natte muur als aanleiding.
De maat van de aansluiting
Een overloop moet minstens zo dik zijn als de toevoer. Een tuinslangetje van dertien millimeter kan een regenpijp van tachtig millimeter niet bijhouden; bij een stevige bui loopt de ton dan alsnog over de rand.
Gebruik daarom bij een rechtstreekse aansluiting een overloop van minimaal 32 millimeter, en bij grotere daken liever 50. Bij een vulautomaat speelt dit niet, want daar blijft de hoofdstroom in de pijp.
