De vulautomaat: hoe u hem plaatst en op welke hoogte
Wat een vulautomaat doet
Een vulautomaat is een stuk dat u in de regenpijp zet en dat twee dingen tegelijk regelt: hij leidt water naar de ton, en zodra die vol is laat hij de rest gewoon doorlopen naar beneden. Daarmee vervangt hij de oude oplossing waarbij mensen een gat in de pijp boorden en bij een hoosbui de tuin blank zetten.
In de meeste modellen zit een zeef die blad en dakgrind tegenhoudt. Dat filter is het onderdeel dat onderhoud vraagt: twee keer per jaar eruit, uitspoelen, terug. Doet u dat niet, dan loopt het water er in het najaar overheen in plaats van erdoorheen, en blijft de ton leeg terwijl het pijpenstelsel vol staat.
Er bestaan varianten met een winterstand: een schuifje waarmee u de doorvoer naar de ton afsluit zonder iets te demonteren. Die zijn een paar euro duurder en besparen u elk najaar een klusje.
De hoogte bepaalt alles
De vulautomaat komt op de hoogte te zitten waarop u de ton wilt laten vullen — namelijk net onder de bovenrand van de ton. Water zoekt zijn niveau, dus de ton loopt vol tot het punt waar de vulautomaat zit, en niet hoger.
Dat betekent in de praktijk: zet de ton op zijn definitieve plek, inclusief de tegels of het onderstel waar hij op komt te staan, en meet dan pas. Zaagt u eerst en zet u de ton later op twee tegels, dan vult hij nog maar tot driekwart.
Houd ongeveer vijf centimeter marge onder de rand aan. Dat is genoeg om te voorkomen dat er water langs het deksel naar buiten komt bij een felle bui.
Zagen zonder ongelukken
De meeste vulautomaten vragen een uitsparing van enkele centimeters in de regenpijp. Werk van boven naar beneden: markeer eerst met een potlood rondom, zaag met een fijne ijzerzaag en braam de randen af zodat het rubber van de automaat goed aansluit.
Bij een zinken pijp is dat andere koek dan bij pvc: zink scheurt makkelijk en de snijranden zijn scherp. Wie daar niet handig in is, laat dat deel doen — een verkeerde zaagsnede in een zinken pijp betekent een nieuw stuk pijp.
Controleer na montage met een emmer water van bovenaf of het water netjes de ton in gaat en of er niets langs de aansluiting druppelt. Doe dat vóór de eerste bui, niet erna.
De slang ertussen
Tussen vulautomaat en ton zit een korte slang. Twee regels: laat hem aflopen naar de ton, zonder een lus waarin water blijft staan, en houd hem kort. Water dat in een doorhangende slang blijft staan, bevriest in de winter en gaat groen zien in de zomer.
Wilt u de ton verderop zetten, dan kan dat, maar de ton vult zich dan trager en het is lastiger om de slang op afschot te houden. Meer dan een meter of twee is zelden praktisch.

