Kiezen en maat

Weinig ruimte: smalle tonnen, muurmodellen en zuilen

Houten watertoren op stellage bij een spoorlijn, met windvaan op het dak
Foto: Josh Hallett — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Plat tegen de muur

Het meest verkochte model voor kleine tuinen is de wandton: aan de achterzijde vlak, zodat hij strak tegen de gevel of de schutting staat. Diepte rond de veertig centimeter, inhoud meestal tussen de honderd en driehonderd liter.

Het voordeel is duidelijk: hij neemt geen looppad in beslag en valt achter een plantenbak vrijwel weg. Het nadeel is het zwaartepunt. Een platte ton van driehonderd liter is bovenin net zo zwaar als onderin, maar staat op een smalle voet — bevestig hem dus met de meegeleverde beugel aan de muur. Dat is geen overdreven voorzichtigheid; een gevulde ton die kantelt, is levensgevaarlijk.

De regenzuil

Een zuil is hoog en slank, vaak twee meter, met een inhoud van tweehonderd tot driehonderd liter. Hij oogt als een element in de tuin in plaats van als opslag, en de hoogte levert bovendien meer waterdruk aan de kraan.

De keerzijde is stabiliteit en vullen. Zo'n zuil moet echt waterpas staan op een stevige tegel, en de aansluiting op de regenpijp zit hoog, wat de montage lastiger maakt dan bij een lage ton.

Op een balkon of dakterras

Hier is gewicht de beperkende factor, niet de ruimte. Tweehonderd liter is tweehonderd kilo op een klein oppervlak, en dat is voor veel balkons te veel — zeker bij een oude constructie of dicht bij de rand.

Werkbare oplossingen zijn kleinere tonnen van vijftig tot honderd liter, of opvouwbare zakken die u leeg opbergt. Zet gewicht altijd zo dicht mogelijk tegen de gevel, want daar is de constructie het sterkst. Bij twijfel: vraag het aan de VvE of aan een bouwkundige, en niet aan de verkoper.

Twee kleine in plaats van één grote

In een smalle tuin werkt spreiden vaak beter dan stapelen. Twee tonnen van honderd liter aan weerszijden van de achterdeur vallen minder op dan één van tweehonderd, en u heeft op twee plekken water zonder een gieter door de tuin te dragen.

Dat kan met twee losse regenpijpen, maar ook met één pijp en een doorverbinding: een slang van de ene ton naar de andere op gelijke hoogte laat beide vanzelf even vol lopen. De tweede ton fungeert dan als overloop van de eerste, wat meteen het probleem oplost van water dat langs de gevel wegloopt.

Een praktisch punt bij kleine tuinen: zet de ton niet in de volle zon als het even kan. Niet vanwege het materiaal, maar vanwege het water zelf — een ton in de zon wordt in juli lauw, en lauw water met licht erbij is precies waar algen op wachten.

Wat u inlevert

Smalle modellen hebben bijna altijd een kleinere opening, waardoor schoonmaken lastiger is: een emmer of een hand past er soms niet doorheen. Kijk daarom naar het deksel voordat u bestelt.

Daarnaast is de kraan bij platte tonnen vaak laag geplaatst, wat betekent dat er geen gieter onder past zonder de ton op te hogen. Twee stoeptegels eronder lossen dat op, maar tel die hoogte wel mee bij de aansluiting op de regenpijp.

Veelgestelde vragen

Hoeveel weegt een volle regenton van 200 liter?
Ongeveer 200 kilo plus het gewicht van de ton zelf. Reken op 210 tot 220 kilo op een klein grondvlak.
Mag ik een regenton op mijn balkon zetten?
Alleen als de constructie het draagt. Blijf bij twijfel onder de 100 liter en zet hem tegen de gevel, niet bij de rand.
Is een regenzuil beter dan een gewone ton?
Hij oogt fraaier en geeft meer druk door de hoogte, maar hij is duurder per liter en lastiger te plaatsen.

Lees ook